
De natuurwaarde van grote gebieden in de Oosterschelde gaat momenteel door diverse activiteiten verloren. Wanneer stopt dit wanbeheer? Kan het tij nog keren?
Gezien de onschatbare waarde van de Zeeuwse Kreeft vindt SdO dat RWS vóóraf haar onderzoekshuiswerk moet doen. Achteraf monitoren is volstrekt onvoldoende.
Staalslakken en de gevolgen voor biodiversiteit in de Oosterschelde.
Een beknopte uitleg over het onstaan van de Oosterschelde zoals we die nu kennen.
Waar hebben we dat eerder gehoord?

Duikvaker is al 20 jaar dé beurs voor beginnende en ervaren sportduikers. Stichting de Oosterschelde heeft een stand en presenteert de belangrijkste speerpunten voor 2012. Kom en steun onze strijd voor een schone en duurzame Oosterschelde!
Duikvaker2012
Op 14 februari 2012 uitspraak van ons hoger beroep tegen Rijkswaterstaat bij Raad van State!
Het geding zal worden behandeld op een zitting van Hoger Beroep unit 4 van de Afdeling te Den Haag om 10:00.
Rijkswaterstaat gebruikt voor de versterking van de vooroevers van de Oosterschelde staalslakken. Dit materiaal wordt op de vooroever gestort, waarna ze deels worden afgedekt met een laag breuksteen.
In 2012 worden er in de Oosterschelde staalslakken gestort bij Burghsluis en Schelphoek.
Sdo vindt dat er nog steeds te weinig onderzoeksgegevens zijn die duidelijk maken welke invloed staalslakken hebben op kreeften en andere zeedieren. Het is nog steeds niet duidelijk op welke schaal schadelijke stoffen uit staalslakken zich ophopen in zeeorganismen.
Sdo wil méér en langduriger onderzoek. Sdo stelt dat Rws natuurlijker materiaal moet gebruiken bij de vooroeverversterking.
Rijkswaterstaat heeft aan Imares opdracht gegeven om in 2010 een monitoring (onderzoek) uit te voeren naar effecten van staalslakken in de Oosterschelde.
De uitkomsten van de monitoring werden op 22 september gepresenteerd te Middelburg. Bijgesloten de conclusies en aanbevelingen uit dit rapport [Rapport CO29/11: 8]
Uit de conclusies en aanbevelingen blijkt dat het èchte onderzoek nog in de kinderschoenen staat; daadwerkelijker onderzoek zal nog moeten plaatsvinden! Sdo stelt dat Rws dergelijk onderzoek moet laten uitvoeren.

Middelburg 22-9-2011
Na ontvangst door de heer Hans van der Togt, directeur Water en Scheepvaart Rws-Zeeland werd de stand van zaken rondom de ‘cluster 1 en cluster 2 vooroeverprojecten’ uitgelegd door de heer Daniel de Kramer. Daaruit bleek dat Rws in januari 2012 in de Oosterschelde van start wil gaan op de twee resterende ‘stortlocaties’ Schelphoek en Burghsluis. Op genoemde locaties is Rws van zins grootschalig staalslakken te storten en deze af te dekken met een ‘ecotoplaag’ bestaande uit breuksteen, klei en zand.
Daaropvolgend verduidelijkte mevrouw Martine van den Heuvel-Greve de resultaten van het monitoringonderzoek T0-T1 Cluster 1-2, dat in opdracht van Rws werd uitgevoerd door Imares. Conclusie en aanbevelingen luidden dat er geen algemeen patroon te herkennen is voor verschillen tussen gehalten in zware metalen in plant- en diersoorten op de nieuwe ondergrond van zowel staalslakken als breukstenen. Wel zijn op genoemde ondergrond de gehalten aan molybdeen en vanadium wat hoger. Tegelijkertijd kon worden opgemerkt dat het onderzoek relatief summier was. Binnen een beperkt tijdbestek zijn slechts een handvol organismen onderzocht. Gerichte accumulatie- en toxiciteitstesten zijn niet uitgevoerd. Onderzoek naar eventuele effecten op de Zeeuwse kreeft heeft niet plaatsgevonden.
Vervolgens presenteerde de heer Marco Dubbeldam van Stichting Zeeschelp de resultaten van het labaratoriumonderzoek naar de uitloging van breuksteen en staalslakken en het effect daarvan op de ontwikkeling van oesterlarven in de eerste 24 uur van hun leven. Uit het onderzoek bleek dat de ontwikkeling van oesterlarven vooralsnog geen nadelige effecten ondervond van de in het zoute water uitgeloogde stoffen. Onduidelijk bleef welke lange termijn effecten er zouden kunnen optreden. Ook werd opgemerkt dat oesters slechte bio-indicators*zijn, zodat niet duidelijk werd wat de waarde van dit onderzoek inhield in relatie tot het grootschalige gebruik van staalslakken in de Oosterschelde.
De heer Mindert de Vries (Deltares) sloot af met een presentatie over Eco-engineering. Aan de hand van detailkaarten werd uitgelegd hoe de ecotoplaag bij stortvak Zeelandbrug-De Val en Cauwersinlaag werden vormgegeven.
Samenvattend kan worden geconstateerd dat het bemoedigend is dat Rws meer onderzoek laat doen, maar dat dit onderzoek tot dusverre relatief mager is. Degelijker, langduriger en breder onderzoek is nodig voor een betere risico-inschatting van eventuele effecten van staalslakken op biota in de Oosterschelde. *(organisme waarmee een verandering of verontreiniging van het milieu kan worden gesignaleerd)